Lucas's profileEnergie, passie & vrijhe...PhotosBlogLists Tools Help

Blog


    February 13

    Over de jeugd, milieu en jumpen

    'Niets is zo misplaatst als een overhaast oordeel' vertelde een wijze vriend mij eens. Een ander reageerde daar gevat op door direct te zeggen: dat vind ik nou echt flauwe kul. Om maar weer eens aan te geven dat wijsheid en humor best samen gaan en er vele inzichten mogelijk zijn.
     
    Vorige week fietste ik met mijn kinderen even naar een speelplek in de buurt. Daar waren ook enkele tieners aan het hangen. Ze gooiden blikjes fris op de grond waardoor deze openbarsten en de speelvloer nat werd. Toen ik vroeg of ze de rommel ook weer wilden omruimen kwamen ze langzaam in beweging. De jeugd kennende hield ik ze in de gaten en zag dat ze het blikje in een diepe plas gooide. Na lang aandringen hebben ze zelf dat blikje er uit gehaald en keurig en de prullenbak gegooid die 2 meter verderop stond. Vervolgens ontstond er een leuke discussie waar ik ze nog dankbaar voor ben. Een verrassend inzicht in hoe zij tegen afval aankeken.
    Als eerste vroegen ze of ik auto reed. Dat was toch ook milieuvervuilend. Wat maakte het dan uit dat zij een blikje in een plas op het gras gooiden. Daarnaast: ze zagen iedere week van die mannen in rare gele pakken langskomen die met een tang alle troep weer opruimden. Die wilden ze niet werkloos maken. Het bleek ook nog eens zo dat over een week de hele school een grote opruimdag organiseerde, zoals ieder jaar. Waarom zouden ze het nu oprapen als het volgende week door de school werd opgeruimd. Fantastische omgekeerde redeneringen waar volgens hen geen speld tussen viel te krijgen. De mannen in die rare pakken en de opruimdag waren er juist zodat zij ongestoord troep konden maken. Het principe van troep maken stond niet ter discussie. En mocht het dan toch aan de orde zijn, dan waren er vast dingen te noemen die veel erger waren. En zo lang die niet waren opgelost, konden zij hun gang gaan.
    Ze hadden ook een PET-fles bij zich. Die brachten ze keurig terug, want er zat statiegeld op. Op mijn vraag of ze dat ook zouden doen met blikjes als daar statiegeld op zou zitten, volgde er direct een volmondig ja. Geld bleek (bij n=4) een prima drijfveer om voorzichtiger met het milieu om te gaan.
    Aan de andere kant twijfelde ik er niet aan dat het voor een belangrijk deel baldadig gedrag was: lekker stout doen. Ze wisten heel goed dat ze geen rotzooi mochten maken. De vergelijking met het maken van troep thuis was snel gelegd. Hun ouders zouden hen de oren wassen. En dat kom je weer snel op wat er in de buurt voor hen te doen is: weinig. Een VINEX-locatie wordt snel volgebouwd, de voorzieningen blijven jaren achter of komen helemaal niet. En dan volgt mijn simpele redenatie: ieder vierkante meter is geld voor de gemeente en de projectontwikkelaar. Voorzieningen die het leerbaarder zouden maken lijken in eerste instantie geld te kosten, maar leveren op termijn veel meer op.
    Het gesprek sloten we nog leuker af. Ze lieten zien wat jumpen was. Meneer, kent u hard core? Kent u hakken? Dit was dan weer de nieuwste versie. Op de speelplek waar ze net een blikje cola hadden geleegd, gaven ze voor mij een demonstratie jumpen. Niets was zo misplaatst als een overhaast oordeel.
    February 08

    Naar een nationaal protest!

    Deze week zag ik op het journaal het bericht dat er een filmpje was opgedoken waar te zien was hoe Amerikanen coalitiegenoten aanvielen. Friendly fire wordt dat genoemd. Alsof het dan minder erg is. Naast het schokkende van de gebeurtenis op zich gaat het er mij in deze bijdrage vooral om dat de beelden al drie jaar in het bezit van de Amerikanen waren. Het gebeurt wel vaker dat er video-, film- of fotomateriaal al tijden in handen is van de autoriteiten voordat dit naar buiten komt. Ik begrijp dat je niet direct na het voor de eerste keer zien van de beelden direct de pers bij elkaar roept. Je maakt een plan hoe je ermee om wilt gaan, je wilt mensen informeren, juridische en andere gevolgen in kaart brengen. Ik snap ook dat bij het eerste gummetje dat wordt gestolen je niet direct twijfelt aan de integriteit van een persoon of organisatie. Ook bij het tweede gummetje nog niet en de derde ook nog steeds niet. Je komt uiteindelijk bij vragen terecht zoals die werden gesteld bij De Achterkant van het gelijk. En omdat je niet wilt wachten tot een afdeling of onderdeel van een organisatie crimineel gedrag vertoont, stel je van tevoren regels op. Je zorgt dat deze regels bekend zijn, zo nodig worden aangescherpt en je rapporteert er in- en extern over.
    Bij een overheidsorganisatie hoort dit allemaal zeer transparant te werken, bij de overheid als totaal ook. En dus moeten er plannen zijn hoe je met dit soort zaken omgaat.
    Nu de stap naar de andere praktijk van deze week. De informatie is rond. Compliment aan diegenen die hun ego's opzij hebben gezet en een akkoord mogelijk hebben gemaakt. In de Nederlandse politiek kennen we een meerpartijenstelsel, waarbij coalitievorming noodzakelijk is om tot een regering te komen. Dat betekent dus dat partijen compromissen moeten sluiten, water bij de wijn moeten doen, geven en ontvangen. Het bekende jargon. Het stoorde mij en stoort mij nog steeds dat er een beslissing is genomen dat er geen onderzoek komt naar de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak. Niet omdat ik denk dat er van alles is misgegaan. Ook niet omdat ik graag wil dat mensen worden besmeurd. Voor beide zaken sta ik er te ver vanaf. Ik vind het volstrekt onjuist dat de waarheid in een compromis wordt gevangen. Zoals deze week ook eerder op tv en radio is vermeld: of er is niets aan de hand en dan mag iedereen daar onderzoek naar doen. Of er is wel iets aan de hand en dan is het een plicht om uit te zoeken wat er is gebeurd. Daar zal iedere (regerings)partij het mee eens moeten zijn. Wat mij betreft komt er een nationaal protest waarbij het onderzoek alsnog wordt afgedwongen. Voor de transparantie en daarmee het vertrouwen van de overheid.
    February 05

    Madonna heeft geen gelijk

    Vorige week kreeg ik, net als vele andere Nederlanders, een e-mail van Wehkamp. Het bericht betrof een betalingsherinnering. Raar, om verschillende redenen. We hadden helemaal geen eerder bericht ontvangen over een achterstand in betaling. En in ons huis hadden we al vele maanden geen bestelling gedaan bij dit postorderbedrijf. Ergenis kwam opzetten, want ik werd zo maar lastig gevallen met iets waar ik naar mijn mening niets mee te maken had. En ik moest er nu achteraan, want niet betalen terwijl je wel iets zou hebben besteld vind ik ook erg.
    Dus de volgende dag gebeld met Wehkamp. Nog voor dat ik iemand aan de lijn kreeg hoorde ik de optie 'belt u over de e-mail met de betalingherinnering, kies 2. Daar hoorde ik dat het een vergissing was, met excuus voor de overlast. Ook ontving ik een dag later een e-mail met dezelfde spijtbetuiging. Hoewel ik tot dan toe mezelf ook had afgevraagd hoe ze aan mij e-mailadres kwamen, wat ze er eigenlijk van plan mee waren en wat nu de oorzaak van de fout was, bleek voor mij met deze twee meldingen de lucht geklaard. Weg ergenis, boosheid of wat dan ook.
    Natuurlijk: de ergenis had voor een belangrijk deel met mij te maken. Hoewel ik er zeker van was dat het eigenlijk hun fout was, wond ik me op. Ik had ook de keuze om er luchtig over te doen, om te lachen of wat dan ook. Nu werd de lucht geklaard doordat Wehkamp zich de fout ook realiseerde en maatregelen trof. Maar was mijn humeur nog dagen verstoord geweest als zij dat niet hadden gedaan? Los van deze rethorische vraag, is het natuurlijk van de gekke dat ik me voor mijn welbevinden verlaat op acties van anderen.
    Hoe vaak is het me al overkomen dat ik me erger aan weggedrag van mensen die me afsnijden, die bumperkleven, die niet handsfree zitten te bellen? En ik geloof niet dat mijn boze blik ook maar 1 verandering te weeg heeft gebracht. Ook niet bij mezelf. Terwijl luchtigheid, humor toch veel meer oplossen dan irritatie. Tegenwoordig zit ik dus met veel meer rust en plezier in de auto. En als ik zelf eens getoeter achter me hoor omdat ik het groene licht nog niet had gezien, steek ik vriendelijk mijn hand op: dank je wel en sorry.
    Zo staan me twee voorvallen nog helder op m'n netvlies. Ik wilde jaren geleden eens in een fastfood-restaurant wat bestellen. De mensen achter de counter waren meer met elkaar bezig dan met de klanten. Toen een andere verkoper vroeg of hij me kon helpen, deed ik eerst mijn beklag. Hij antwoordde: 'ik begrijp u helemaal, wat wilt u graag bestellen?' Het andere voorval betrof mijn vorige woning waar ik een op een afgesloten parkeerplaats een eigen plek had. Op een dag kon ik niet parkeren, omdat er iemand anders op stond. Toen ik eindelijk had aangebeld bij de eigenaar van de auto zei ze: oh, sorry. Je zult wel heel boos op me zijn.' In beide gevallen was mijn ergenis verdwenen. Ze haalden de angel er direct uitgehaald.
    Dus: sorrry zeggen helpt en je niet ergeren eigenlijk nog veel meer.